|
|
Et in Arcadia
ille.
Een klein land als
Nederland heeft recht op één werkelijk grote
schrijver per eeuw. Sommige eeuwen hebben wel meer grote
schrijvers gehad, maar daar staat dan weer een woestijn
tegenover: de zeventiende eeuw kende Hooft, Bredero en
Vondel, de negentiende eeuw bracht Multatuli, de twintigste
heeft er weer twee: Gerard Reve en Willem Frederik Hermans.
Er zijn natuurlijk meer schrijvers die de moeite waard zijn
- of kunnen zijn voor wie er van houdt: zoals er mensen zijn
die houden van muziek die hoort bij volksdansen en daar veel
liever naar luisteren dan naar Bach of Mozart, zo zijn er
ook mensen die veel houden van de folkloristische auteurs
waar ons land zo rijk aan is.
Van de twee grote schrijvers van deze eeuw is Reve
misschien wel weer de grootste. Wie weet zal hij ooit wel de
grootste schrijver ooit worden. De tijd moet nog wat slijpen
aan zijn oeuvre, zoals de zee slijpt aan kiezels, en dan is
zijn werk af, klaar om opgeraapt te worden aan de vloedlijn
van de oceaan der vergetelheid.
Een groot deel van het werk van Reve werd
geschreven in Frankrijk, in een dorp dat Le Poet Laval heet.
Het ligt niet ver van Montélimar, wereldhoofdstad van
de noga, langs de weg die leidt naar Dieulefit. Wie de
plaatsnamen in de omgeving bekijkt is geneigd te geloven dat
het noodlot voor sommige uitverkorenen een speciale plek
heeft gecreëerd, waar zij de hun toegewezen taak naar
behoren kunnen vervullen. De bergtoppen in de omgeving heten
Du Poet en De Dieu Grâce, het departement heet
Drôme.
|
|
Daar gebeurde het dus.
Schrijven lijkt op goudzoeken, maar is in feite alchemie
bedrijven. Dat wordt duidelijk als je de plaatsen bezoekt
die een rol spelen in het werk van Reve. Er zijn mensen die
gruwen van dergelijke bedevaartstochten. De werkelijkheid
neemt als een koekoeksjong de plaats in van de literaire
constructie, het boek wordt door de confrontatie met de
realiteit verpletterd.
Dat lijkt overigens niet voor ieder boek te gelden:
'Bloomsday' begint de trekken te vertonen van het
massatoerisme. Ieder jaar schuifelt in Dublin een grotere
massa rond in een processie die lijkt op de stille ommegang
in Amsterdam. Maar een fractie van hen heeft werkelijk deel
gehad aan het kryptische meesterwerk van Joyce, de
meerderheid is er om er te zijn, als kerkgangers voor wie
een ouwel een vies hapje is, dat ze echter toch niet willen
missen. Dublin is een seculier Santiago de Compostella voor
overspelige atheïsten, die op het pleetje van Leopold
Bloom de absolutie komen halen.
Met Illiers is weer iets heel anders gebeurd. Aan
het eind van zijn speurtocht naar de verloren tijd veegde
Marcel Proust het van de kaart. Na een treffen tussen
Fransen en Duitsers werd het een van de genummerde heuvels
die de wereldgeschiedenis haalden. Wie Illiers bezoekt ziet
dat het twee namen heeft: de oude naam en een nieuwe:
Combray. Het huis van Tante Leonie is een museum, de tuin
van zijn oom een park. Dit is het dus. De alchemistische
kunst van Proust huist in de duisternis tussen de zware
zwarte banken van de onverlichte kerk.
Wie vervolgens Cabourg bezoekt weet: hier is een
zeer groot schrijver aan het werk geweest. Hij heeft de
werkelijkheid veranderd en het hoofdthema van zijn boek in
realiteit gebracht.
|
|
De omgeving speelt een
grote rol in het werk van Reve, evenals de manier waarop hij
met die omgeving bezig is. Zijn werk is gevuld met metselen,
met het maken van wateropslagplaatsen op bergtoppen, met het
hakken en plamuren van nissen waarin een beeld van Maria
wordt geplaatst. Al dat gedoe, het heen en weer gesleep met
zakken cement, met reusachtige en loodzware houtfornuisen,
het doet nog het meest denken aan wat iedereen wel eens
heeft geobserveerd in een verloren uur: het eindeloze werken
van zwarte mieren die bezig zijn van alles en nog wat in hun
hol te slepen en er weer uit te gooien. Zelfs de grootste
luiaard beseft na een half uur dat hier een kosmisch plan
aan ten grondslag ligt, maar dat het tegelijkertijd
onstellend nutteloos is en tot tranen toe
deerniswekkend.
Zo is het werk van Reve op een of andere wijze een
kristal waarin het hele leven wordt getoond in zijn
essentie: de betekenis van al dat cement is misschien nog
wel groter dan de schrijver zelf dacht toen hij zijn
werkzaamheden beschreef. Het is alsof zijn bouwsels op een
andere wijze vertellen wat er ook gewoon in zijn boeken te
lezen staat over God, diens moeder, over de Liefde, over de
vergeefsheid van dit alles. Misschien is de boodschap wel
dat God sterft zodra wij ophouden zandkastelen voor hem op
de vloedlijn te bouwen.
Wie Le Poet Laval bezoekt ontdekt dat de omgeving
en het boek niets met elkaar te maken hebben. Het rest de
bezoeker zijn (imaginaire) hoed af te nemen voor het huis en
te gedenken dat hier de grootste schrijver van Nederland
schreef en leefde. Dit hoekhuis, dat zoveel in zijn werk
voorkomt en er zo weinig mee te maken heeft, is het grootste
monument voor het werk van Reve.
|
|